Geschiedenis
Een nieuwe kerk
Amsterdams bekendste en zonder twijfel drukst bezochte kerk staat in het hart van de stad, naast het Koninklijk Paleis op de Dam. Wie de kerk voor het eerst bezoekt, zal zich wellicht verbazen over de naam van dit eeuwenoude gebouw: De Nieuwe Kerk. De naam dateert uit de vijftiende eeuw en diende in de volksmond ter onderscheiding van 'De Oude Kerk'. De stad breidde zich in rap tempo uit en deze kerk aan de 'oude zijde' van het Damrak kon de groeiende stroom kerkgangers niet meer aan. De bouw van een tweede parochiekerk aan de 'nieuwe zijde' van de stad werd een noodzaak. Een voornaam burger, Willem Eggert, schonk zijn boomgaard als bouwgrond en in 1408 kreeg het nieuwe godshuis 'wegens zware overbelasting van de zielszorg van de bestaande kerk...' bisschoppelijke goedkeuring.
Een jaar later werd De Nieuwe Kerk gewijd en kort daarna in gebruik genomen. Tot drie maal toe viel de kerk ten prooi aan felle branden. In de winter van 1645 werd hij het zwaarst getroffen; het dak verdween in de vlammenzee en het gebouw bood de aanblik van een ruïne. Blootgesteld aan de winterkou, leed vooral het interieur grote schade. De Amsterdammers sloegen de handen ineen om de kerk te restaureren en verder te verfraaien. De befaamde beeldhouwer Albert Vinckenbrinck kreeg opdracht de preekstoel te vervaardigen. Er kwam een schitterend nieuw orgel, waarvan de kast werd ontworpen door Jacob van Campen en beschilderd door Jan Gerritsz. van Bronckhorst. Ter afsluiting van het hoogkoor werd een koperen koorhek besteld, een waar meesterstuk van de hand van Johannes Lutma. Bovendien werden vele rijk gedecoreerde grafmonumenten, zoals het praalgraf van admiraal Michiel de Ruyter, gemaakt
De Nieuwe Kerk onderging in de jaren 1959-1980 de grootste restauratie uit haar lange geschiedenis. Na deze restauratie van meer dan 20 jaar opende De Nieuwe Kerk begin 1980 opnieuw haar deuren. De eigenaar van het gebouw, de Hervormde Gemeente, kon echter de kosten voor onderhoud en beheer niet langer dragen. Even leek het erop dat het met zoveel zorg gerestaureerde gebouw vaker gesloten dan open zou zijn. Om dit schrikbeeld te voorkomen, werd in 1979 de Nationale Stichting De Nieuwe Kerk opgericht. Gaandeweg wist deze stichting de kerk om te toveren in een actief en bloeiend cultuurcentrum. Door weer leven in de kerk te brengen, slaagde zij erin het belang van het gebouw uit te laten stijgen boven de eerzame status van bouwkunstig monument.
Met name door het actieve tentoonstellingsbeleid is De Nieuwe Kerk uitgegroeid tot hét voorbeeld van een geslaagde herbestemming voor een historisch gebouw dat zijn oorspronkelijke functie heeft verloren. Het gebouw biedt ook plaats aan muzikale activiteiten. De twee schitterende orgels maken de kerk tot de ideale locatie voor orgel- en koorconcerten. Met grote regelmaat bespelen beroemde organisten de historische orgels. De kerst- en Nieuwjaarsconcerten zijn inmiddels uitgegroeid tot een jaarlijks terugkerend evenement, druk bezocht door een trouw publiek.
Door het organiseren van lezingen, manifestaties en concerten staat de kerk volop in het maatschappelijke leven. De Nieuwe Kerk is momenteel een van de drukst bezochte locaties in het land en niet meer weg te denken uit het Nederlandse culturele leven.
Voor een korte chronologie van De Nieuwe Kerk: klik hier.







