Marokko

Een kennismaking met de tentoonstelling

Marokko, begrensd door twee zeeën en een woestijn, doorkliefd door bergketens, met karavaanroutes, steppeachtige plateaus en kustvlakten vol vijgen, olijven en wijndruiven. Het land van kashba's, ksars, minaretten en moskeeën, waar in kleurrijke keramiek, harmonieuze mozaïeken, ragfijn houtsnijwerk en indrukwekkende bijous de ambachtelijke tradities voortleven. Het territorium van Berbers, Arabieren en Afrikanen, moslims, joden, en christenen, een kleurige mélange - dát Marokko bezit een ongekend rijke en gevarieerde cultuur.

In de Arabisch-islamitische wereld staat Marokko bekend als Al Maghrib Al Aqsa, het Uiterste Westen. Niet voor niets liet de vorige koning, Hassan II, een van de grootste moskeeën ter wereld bouwen op de uiterste westelijke punt van Afrika, in Casablanca. Voor Europa is Marokko, een verbastering van de beroemde stad Marrakech, echter altijd het Meest Nabije Oosten geweest.

Terwijl heel Afrika al in de 19de eeuw door Europese mogendheden onderling was verdeeld, bleef Marokko tot 1912 zelfstandig. Vierenveertig jaar Frans en Spaans protectoraat hebben weliswaar in de 20ste eeuw een belangrijk stempel gedrukt op Marokko, maar de Marokkaanse samenleving heeft deze invloeden op geheel eigen wijze geabsorbeerd, net zoals dat eerder gebeurde met Punische, Romeinse, joodse, christelijke en Arabisch-islamitische invloeden.

Nederland en Marokko

Nederland en Marokko hebben een lange geschiedenis. In 1605 kwam het eerste officiële contact tot stand tussen de jonge republiek der Verenigde Provinciën en het sultanaat van Marokko. Aanleiding hiervoor was de gemeenschappelijke vijand Spanje. Het contact mondde uit in een verdrag in 1610, waarin o.a. werd vastgelegd dat de Nederlandse schepen konden uitwijken naar Marokkaanse havens en veilig waren voor de beruchte kapers uit Salé, een oude vestingstad gelegen ten noorden van het huidige Rabat. In de jaren 60 van de vorige eeuw kregen de betrekkingen een geheel nieuwe dimensie door de komst van Marokkaanse immigranten. Anno 2004 wonen in Nederland ruim 300.000 mensen die in Marokko geboren zijn of Marokkaanse ouders hebben.

Het land Marokko

Marokko is een "eiland" omgeven door drie zeeën: de Middellandse zee, de Atlantische Oceaan en de Sahara. Van elk van deze zeeën kwamen nieuwe volkeren, met nieuwe tradities en gebruiken die geabsorbeerd werden in Marokko en deze unieke samenleving opleverden. Daarnaast wordt het land doorkruist door grote bergtekens als het noordelijke Rifgebergte, de Midden- en Hoge Atlas, die bijna het hele land doorklieft, en de zuidelijke Anti-Atlas, waarachter zich de Sahara ontvouwt.

Door deze geografische omstandigheden is Marokko een kruispunt van beschavingen. Het behoort tot de mediterrane wereld, waarmee bijvoorbeeld het klimaat, de bevolking en de leefwijze grote gelijkenis vertonen. Marokko onderging de invloed van de Puniërs uit Carthago, maakte deel uit van het grote Romeinse Rijk en kreeg na de arabisering en islamisering in de 8e eeuw aansluiting met de Arabische wereld. Maar Marokko is ook een Atlantisch land, met enkele havens die vaak letterlijk het venster naar het Westen waren. En het is het land dat via de karavaanroutes door de Sahara eeuwenlang in contact stond met de Bilad as-Soedan, het Land der Zwarten.

De vroegste geschiedenis en de eerste bezoekers

In de Griekse mythologie wordt Marokko beschreven als een mythische lusthof. De Grieken situeerden niet voor niets hier de beroemde Tuin der Hesperiden, waar de held Herakles de gouden appels vandaan roofde. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat Marokko in de allervroegste tijden een regio was met een rijke flora en fauna, bewoond door een autochtone bevolking. Enkele bijzondere objecten uit deze periode vormen het begin van de tentoonstelling. Vanaf de 10e eeuw v.Chr. verschijnen de schepen van de Feniciërs en later Puniërs aan de kusten. Zij stichten de eerste handelsnederzettingen op strategisch gelegen kustplaatsen als Tanger, Lixus en Sala. Langzamerhand ontstond het koninkrijk Mauritanië, dat bijna de hele noordelijke helft van het land omvatte. Na de val van Carthago komt Marokko onder het bestuur van Rome. In 46 v.Chr. werd de hele koninklijke familie naar Rome overgebracht, waar de zoon van de koning, Juba II, werd opgevoed aan het Romeinse hof van keizer Augustus. In 25 v.Chr. gaf deze het land terug aan de jonge Juba II, die huwde met Cleopatra Selene, de dochter van Marcus Antonius en de beroemde Cleopatra. Het bronzen portret van de jonge Marokkaanse koning is een van de topstukken van de tentoonstelling, samen met een grote groep indrukwekkende bronzen uit het Archeologisch Museum van Rabat. Na 42 wordt Marokko een Romeinse provincie: Mauretania Tingitana. De grote invloed van Rome is heden ten dage nog het best te zien in de indrukwekkende overblijfselen van de eens zo machtige stad Volubilis, vlak bij Meknès. De tentoonstelling biedt een verrassende blik op dit voor velen onbekende aspect van Marokko: prachtige Romeinse sieraden, omvangrijke mozaïeken en de al eerder genoemde indrukwekkende groep bronzen. Na de val van het Romeinse Rijk in 429 werd Marokko geplaagd door de Vandalen, een Germaanse stam, en kwam een aantal kustplaatsen onder Byzantijnse bezetting.

Islamisering en de grote dynastieën

De komst van de islam vanaf 647 bracht een enorme omwenteling met zich mee. Op het confessionele vlak nam de islam de plaats in van andere religies, zonder dat deze echter geheel verdwenen. Het jodendom is al sinds de Romeinse tijd onlosmakelijk verbonden met de Marokkaanse samenleving. Een groot deel van de tentoonstelling is gewijd aan de traditionele kunst van de periode na de komst van de islam: het rijke aardewerk uit Fès, met zijn unieke kleuren en patronen, het prachtige houtsnijwerk van plafonds en ramen, de juwelen van de Berbers en schatten uit de moskeeën en koranscholen (de zgn. medersa's).

Een van de letterlijke hoogtepunten van de tentoonstelling is de minbar (ofwel preekstoel van waaruit de imam zijn preek tijdens het vrijdagsgebed houdt) uit de Medersa Abû Inanya. Deze nationale kunstschat uit Fès , uit 1350, illustreert met zijn verfijnde houtsnijwerk het fabuleuze vakmanschap van de Marokkaanse houtbewerkers. Ook te zien op de tentoonstelling zijn de objecten verbonden met de bloei van de Marokkaanse wetenschap in de Middeleeuwen zoals de zeldzame astrolaben uit de 11de tot en met de 15de eeuw waarmee de Arabieren als eersten de hemel bestudeerden. Een apart gedeelte van de tentoonstelling is gewijd aan de rijke kostuums van Marokko. Zo divers als het land is, zo divers zijn ook de kostuums uit de verschillende Berberstreken met hun rijke accessoires als hoofdversieringen, dolken en halskettingen.

De geschiedenis van islamitisch Marokko is ook de geschiedenis van de grote dynastieën. Heersers waren verantwoordelijk voor het stichten van de koningssteden en de ontwikkeling van een bloeiend economisch en cultureel klimaat. Van 711, het jaar waarin de islamitische legers Spanje binnentrokken, tot 1492, de val van Granada (het laatste Moors-Arabische vorstendom in Spanje), vormde het islamitische Spanje, Al Andalous in het Arabisch, een van de meest bloeiende centra van de islamitische beschaving. Vaak werden de sultans van Marokko betrokken bij de ontwikkelingen in Andalusië en waren grote delen van het gebied provincies van het Marokkaanse rijk. Gedurende de 12de en 13de eeuw, de gouden eeuwen van de Andalusische beschaving, leverden dichters, schrijvers, wetenschappers, artsen en filosofen grote bijdragen aan de cultuur aan beide zijden van de Straat van Gibraltar.

De onafhankelijkheid van Marokko eindigde in 1912 toen het onder protectoraat van Frankrijk en Spanje kwam. Marokkanen bleven strijden voor hun onafhankelijkheid, die uiteindelijk in 1956 leidde tot het huidige koninkrijk Marokko.

Mohammed VI, de huidige jonge koning, is afkomstig uit de dynastie van de Alawieten die Marokko vanaf het midden van de 17de eeuw regeert. De dynastie is afkomstig uit het zuidoosten en stamt af van de profeet Mohammed, waardoor de Alawieten tot op de dag van vandaag ook een groot religieus prestige genieten. Met name de sultan Moelay Ismaïl (1672-1727) was voor het Marokko van de 17de eeuw wat Lodewijk XIV voor Frankrijk en de rest van Europa was. Net als de Zonnekoning stichtte hij zijn "Versailles" in de koningsstad Meknès. Zijn nakomeling Mohammed V (1927-1961) zorgde voor een onafhankelijk Marokko, terwijl zijn zoon Hassan II (1916-1999), de vader van de huidige koning, van Marokko een moderne staat maakte.

Berbers, Arabieren, joden en christenen: Marokko de smeltkroes

Vaak wordt gedacht dat Marokko bestaat uit twee volkeren: Berbers en Arabieren, waarbij de eersten de oorspronkelijke bewoners van het land zouden zijn. De werkelijkheid is echter veel complexer. Eerst is er al de vraag wie en wat Berbers zijn. Zelf noemen de Berbers zich Imazighen: de vrije mensen. Alhoewel ze de historische basis van de bevolking vormen, is het geen homogene groep. Beter is daarom te spreken over Berber- en Arabischtaligen. Dit onderscheid is in de loop van de tijd gaan samenvallen met het enerzijds stedelijke deel van Marokko - beïnvloed door de Arabische en Franse taal en cultuur - en anderzijds de plattelandsamenleving: grotendeels Berbersprekend en minder beïnvloed door de Arabische en westerse cultuur. Deze Berbersprekenden vormen echter weer geen eenheid, omdat Marokko drie Berbertalen kent.

In de rijke geschiedenis hebben de Imazighen een grote stempel gedrukt op Marokko door de Berberdynastieën die het land bestuurden. Eenmaal aan de macht namen zij wel de Arabische structuur van het machtsapparaat over, maar bleven tegelijkertijd trouw aan hun Berbertradities. Met de komst van de islam in het begin van de 7de eeuw begon ook de arabisering van Marokko, enerzijds doordat het Arabisch de officiële taal van godsdienst, bestuur en onderwijs werd, anderzijds door de komst van Arabischsprekenden uit het Oosten.

De eerste joden zijn al ver voor de christelijke jaartelling uit Palestina gekomen, in het spoor van de Feniciërs. Zij waren de voorvaderen van de grote joodse gemeenschappen die tot in het midden van de 20e eeuw in Marokko te vinden waren en zich nauwelijks onderscheidden van hun islamitische plattelandsgenoten. In de 15e en 16e eeuw kregen ze gezelschap van grote groepen Andalusische joden die uit Spanje waren verdreven. Zij vestigden zich vooral in de steden en speelden een belangrijke rol in de internationale handelscontacten. In 1956 woonden er bijna 300.000 joden in Marokko. De meesten hebben sindsdien het land verlaten, het merendeel in de richting van Israël. Op de tentoonstelling wordt door middel van een aantal objecten aandacht besteed aan deze bevolkingsgroep.

Ook vanuit de Sahara kwamen nieuwe bevolkingsgroepen. Eerst als slaven, later als huurlingen en arbeiders in de zuidelijke oases. Ook deze groep heeft op zijn beurt kleur gegeven aan de Marokkaanse samenleving met hun muziek, dans en weefkunst.

Het protectoraat zorgde tussen 1912 en 1956 voor een import van Europese bewoners en gebruiken. Franse en Spaanse invloeden mengden zich met de Marokkaanse tradities, die vervolgens hun weg vonden in koloniale bouwstijlen en beeldende kunst.

Marokko is er dus in geslaagd om voortdurend mensen, culturen, talen en religies te incorporeren in de eigen cultuur en samenleving. Het fascinerende resultaat van dit vermogen tot absorptie en vermenging is duidelijk te zien in de ruim 300 voorwerpen in de tentoonstelling. Samen vormen ze het bewijs van de flexibiliteit en continuïteit van het millennia oude Marokkaanse cultuurgoed. Marokko is het land waarin naast drie berbertalen het Marokkaans-Arabisch en het standaard-Arabisch worden gesproken. Het is het land waar drie kalenders worden gehanteerd, waar de traditionele muzikale tradities worden vermengd met de Andalusische erfenis en met de modernere invloeden van de Arabische wereld en de Westerse pop. Het is tenslotte ook het land waar eigentijdse bouwwerken en gebruiksvoorwerpen het stempel dragen van eeuwenoude tradities en ambachtelijk materiaalgebruik en decoratie. De tentoongestelde cultuurobjecten maken de specifieke identiteit van Marokko duidelijk: een erfenis van een lange geschiedenis, waarin de fascinerende roep van het verleden nog duidelijk doorklinkt

Dit verhaal is een verkorte versie en samenvatting van de essays uit de catalogus van Herman Obdeijn, Paolo de Mas, Abdelaziz Touri, Aomar Akerraz en Ahmed Siraj.

Voor meer informatie:

De Nieuwe Kerk Amsterdam

Communicatie & Educatie
Pom Verhoeff & Kim van Niftrik
t: 020 626 81 68
f: 020 622 66 49