Fashion DNA

Achtergrondinformatie

'Fashion DNA' is de eerste tentoonstelling in een serie van twee rond het thema 'Nederlandse identiteit' die het Rijksmuseum samen met De Nieuwe Kerk in 2006 en 2007 organiseert. De kostuumcollectie van het Rijksmuseum – waarin het zwaartepunt op de 17de-19de eeuw ligt – behoort tot de belangrijkste op dat gebied in Nederland. De gedeeltelijke sluiting van het Rijksmuseum biedt de mogelijkheid om elders te experimenteren met nieuwe presentatiemogelijkheden met gebruik van verschillende soorten media.

De tentoonstelling is gebaseerd op het universele en tijdloze thema 'identiteit'. Bijna iedereen meet zich een identiteit aan om zo onder meer geaccepteerd, gerespecteerd en geliefd te worden. We hebben allemaal een lichaam dat al dan niet een imperfectie heeft. Kleding kan dit lichaam transformeren. Iedere dag staan we voor de keuze: welk beeld wil ik projecteren naar de buitenwereld? De meesten van ons worden hierin 'beperkt' door factoren zoals geld, status, werk, sociale achtergrond, etiquette, klimaat en mobiliteit. Alleen de superrijken en machtigen der aarde kunnen zich onbeperkt (laten) stylen en re-stylen. Omdat dit verlangen onderdeel uitmaakt van de menselijke aard, is het niet verwonderlijk dat hierin in de loop der eeuwen weinig is veranderd. IJdelheid, zelfprojectie, machtsvertoon, onzekerheid, status, groepsgedrag en sociale mobiliteit zijn van alle tijden. Al is de samenleving voortdurend in beweging, zelfs actuele ontwikkelingen hebben vaak een parallel in het nabije of verre verleden. Migratie en de daaruit voortvloeiende integratie, hang naar status, sociale mobiliteit, nieuwe technologische ontwikkelingen, globalisering: het is allemaal al eens de revue gepasseerd, zij het op een andere schaal.

Mijn lichaam

De tentoonstelling opent met de basis: het lichaam. We worden allemaal naakt geboren. Maar onze lichamen zijn allemaal verschillend: lang, klein, dik, dun, breed of smal met verschillende kleuren haar en ogen, grote of kleine mond, oren, tanden, handen, voeten en geslachtsdelen. Als we heel jong zijn is dat nog niet zo belangrijk, maar wanneer we opgroeien gaan we steeds kritischer naar ons eigen lichaam kijken. Wat op een bepaald moment als mooi of lelijk wordt beschouwd, hangt meestal samen met de steeds veranderende schoonheidsidealen en omgangsvormen. Iedere tijd heeft zijn eigen standaard waaraan we bewust of onbewust trachten te voldoen. Kan ik met mijn lichaam de heersende mode volgen? Zie ik er (nog) aantrekkelijk uit? Moet ik iets aan mijn lichaam doen? Of wil ik me juist niet aanpassen aan het ideaal? Met deze universele vragen worstelen mannen en vrouwen al generaties lang. Video's van Erwin Olaf en Martin C. de Waal deze vragen alsmede een serie van foto's waarin het ideale lichaam gebruikt wordt om kleding en cosmetica te verkopen.

Schoon & gezond

Wanneer we de kraan opendraaien stroomt er koud of warm water uit. Het is voor ons nauwelijks voorstelbaar dat men ooit voor schoon water afhankelijk was van opgespaard regenwater of water uit de rivier en dat men voor een bad het water eerst moest verhitten op het vuur. Wassen behoort nu tot het dagelijkse ritueel. In de 17de eeuw kwam men niet verder dan het zo nu en dan wassen van handen, voeten en eventueel het gezicht. Wie zich wilde verschonen wisselde van hemd, dat gewassen werd. Had je maar één hemd, dan moest je wachten totdat de zon het had gedroogd. Het nemen van een bad gebeurde alleen op doktersadvies en gekleed in een hemd, het liefst in bronwater. In de 19de eeuw begon men – óók voor de gezondheid – in lange badpakken in zee te baden. Alleen bij het luchtbad, dat aan het einde van de 19de eeuw opkwam, was men soms naakt. Het lichtbad – waaruit ons zonnebaden zou ontstaan – nam men in een badpak met op de neus de verplichte zonnebril. Op de tentoonstelling zijn prachtige voorbeelden te zien van 17de-, 18de- en 19de-eeuwse hemden en badpyjama's en de hedendaagse vertalingen ervan in de collecties van onder andere Victor & Rolf en Mexx. Video's tonen fragmenten van Rochas, Sitbon en Branquino en oude opnamen van kuren aan zee.

Verzorging

Voor het goed functioneren van het lichaam is verzorging van de buitenkant niet strikt noodzakelijk. Toch wordt een verzorgd uiterlijk al eeuwenlang positief gewaardeerd en bestaan er net zo lang recepten en middelen om de huid, het haar, de tanden, handen, voeten en nagels te onderhouden. Rotte tanden, vieze adem, zweetlucht, zwartgerande nagels of ongedierte in het haar zijn nooit aantrekkelijk gevonden. De mens wil – net zoals het dier – zijn genen doorgeven en zoekt daarvoor een geschikte partner. Uitstraling en aantrekkingskracht spelen hierbij een belangrijke rol. Niet verwonderlijk dus, dat een onbeschadigde huid, glanzend haar en goede tanden de kansen op een potentiële kandidaat aanzienlijk vergroten. Onder invloed van de wisselende omgangsvormen en modes veranderde ook de cosmetica. Zo was bijvoorbeeld tijdenlang een blank – maar zeker niet bleek – gezicht de norm, totdat men liever een gebruind gezicht zag. Inmiddels kennen we de schadelijke gevolgen van een te bruine huid en worden zelfbruinende crèmes steeds populairder. Een aantal geabstraheerde toilettafels op de tentoonstelling laat deze hele productontwikkeling zien. Tandpasta, 18de-eeuwse scheersets en necessaires, parasols en zonnehoeden worden getoond naast advertenties voor zonnecrèmes, antirimpelproducten en mannencosmetica en filmfragmenten uit onder andere Dangerous Liaisons en Elizabeth.

Uitbreiding

Wanneer het lichaam niet voldeed aan de heersende schoonheidsidealen loste men dit vroeger op door het dragen van vullingen, kussens en hoepelrokken. Op die manier kon je je borsten, heupen, billen of zelfs geslachtsdelen de vereiste afmeting en vorm geven. Een vol decolleté is al eeuwenlang de wens van veel vrouwen. Vaak stuwde het korset de borsten al omhoog, maar wanneer dit niet voldoende was werden ze ook ondersteund met kussentjes. Niet zo veel anders dan de 'kipfiletjes' van tegenwoordig! In de 18de eeuw voorschreef de mode zulke brede heupen dat een opgevulde heuprol niet meer voldeed en een ovale hoepelrok nodig bleek. En in de 19de eeuw maakte men hele constructies van stof en metaal om de gewenste dikte boven de billen te bereiken. Ten tijde van de kniebroek en later de nietsverhullende, elastische spanbroek was een goed gevormd onderbeen heel belangrijk voor de modieuze man. Voor het gewenste effect werden nepkuiten onder de kousen om het been gebonden. Crinolines, petticoats en voorgevormde beha's uit de 19de en 20ste eeuw illustreren op de tentoonstelling deze lichaamsuitbreidingen. Dat er niets nieuws is onder de zon bewijzen fragmenten uit Dynasty, als hoogtepunt van het schoudervullingentijdperk, en uit Sex and the City, waar Carrie Bradshaw worstelt met haar waterbeha.

Vervorming

Lange tijd was het aanleren van een goede houding (rechte rug, borst vooruit en kin omhoog) een wezenlijk onderdeel van de opvoeding. Ter oefening werd vaak een lange liniaal op de rug in de kleren geschoven. Daarnaast werd van meisjes ook verwacht dat zij – zoals de zedigheid gebood – hun ontluikende vrouwelijke vormen verhulden en onderdrukten. Het stijve 'rijglijf' of korset was hier het aangewezen hulpmiddel voor. De rug werd kaarsrecht, de schouders gingen vanzelf naar achteren en de borst kwam vooruit. Dat hierdoor de bewegingsvrijheid drastisch afnam, was een positieve bijkomstigheid. Een vrouw van stand werd namelijk geacht zich rustig te bewegen en had uiteraard personeel dat zich voor haar inspande. Hoewel men zich al vrij snel bewust was van eventuele gezondheidsrisico's, bleef het korset – ook voor mannen – eeuwenlang in gebruik. Pas in het tweede kwart van de 20ste eeuw verdween het definitief. In de jaren '80 van de 20ste eeuw werd het herontdekt als bustier en ging het deel uitmaken van de bovenkleding. Korsetten uit de 18de en de 19de eeuw worden op de tentoonstelling gecombineerd met moderne versies van Lacroix, Gaultier en Westwood. Van deze ontwerpers zijn ook fragmenten van shows te zien en vanzelfsprekend ook opnamen van optredens van de koningin van het korset, popster Madonna.

Bedekken & ontbloten

Hoewel men zich sinds de komst van het naaktstrand in de jaren '70 letterlijk kan blootgeven, blijft het eeuwenoude spanningsveld tussen bedekken en ontbloten van het lichaam bestaan. In de erotiek is het fantaseren over de inhoud en het afpellen van het omhulsel zeker zo spannend. Een hoopvolle verwachting kan namelijk tenietgedaan worden wanneer men zijn geliefde meteen naakt ziet. Dit subtiele spel werd in vroeger tijden door de religie, de moraal en de maatschappij beteugeld in het kader van de goede zeden. Zedigheid had niet alleen betrekking op gedrag, maar bovenal ook op alle uiterlijke kenmerken, waarbij voor vrouwen andere regels golden dan voor mannen. Zo mocht een vrouw bijvoorbeeld niet blootshoofds op straat, diende ze haar decolleté te bedekken of verborg ze haar gezicht achter een meer of minder doorzichtige voile. Lange tijd waren enkels taboe, maar mochten tepels weer wel. Of was de naakte onderarm ongepast en werd bedekt met losse tulen ondermouwen. Voiles, fichu's en doorkijkjurken zijn op de tentoonstelling te zien, maar ook – in filmbeelden – de natte blouse van Colin Firth uit Pride & Prejudice, de opwaaiende jurk van Marilyn Monroe en Anita Ekberg wadend in de Trevifontein. Actueel is de videoclip van Janet Jackson (Nipplegate!).

Rituelen: huwelijk, geboorte, doop & begrafenis

In de afgelopen eeuwen was het huwelijk in bepaalde kringen niet zozeer een verbintenis tussen twee geliefden, maar een samengaan van twee geslachten of economische belangen. Op die manier kon men zijn sociale positie, macht of rijkdom verbeteren en vaak zelfs hogerop komen. De uitzet, huwelijkscadeaus en bruidsjurk waren hierbij van groot belang en daarom werd de laatste veelal voorzien van een lange sleep – als symbool van status en rijkdom. Wanneer het nageslacht zich aandiende, was dat opnieuw reden voor vertoon. Gedurende de kraamtijd – waarbij de kraamvrouw in bed ontving – trakteerde de nieuwbakken vader met een kraamherenmuts op het bezoek op kandeel in speciaal hiervoor bestemd porselein. De doopplechtigheid had meer een besloten karakter, maar werd afgerond met een feestelijk samenzijn in het huis van de nieuwe ouders en het geven van cadeaus. De uitvaart was een publiek gebeuren waarbij een rouwstoet, gekleed in de voorgeschreven lange rouwmantels, voorbijtrok. Centraal in dit gedeelte van de tentoonstelling staat het pronkstuk uit de kostuumcollectie van het Rijksmuseum: de enorme bruidsjapon uit 1759 van de familie Six, aangevuld met kraam- en doopkleding, trouwjurken en rouwkleding uit de 18de, 19de en 20ste eeuw. Koninklijke slepen zijn ook te zien: op videofragmenten van de huwelijken van de prinsessen Anita, Maxima en Mabel.

Van noodzaak of tijdverdrijf tot sport

Sport en fitness zijn tegenwoordig onze meest geliefde vorm van vrijetijdsbesteding. Wij verstaan onder lichaamsbeweging 'bewegen om het lichaam te versterken', maar in de 18e eeuw betekende het simpelweg: 'arbeiden'. Zo kunnen we ons ook haast niet meer voor stellen dat lopen of paardrijden lange tijd een noodzaak waren om je te verplaatsen. Wie niet hoefde te werken, kon voor zijn plezier gaan rijden of wandelen op zijn eigen landgoed of op speciaal daarvoor aangelegde schaduwrijke wandelpaden en lanen.Het 'raketten' – een vroege vorm van tennis –was een aangenaam tijdverdrijf dat op ieder groot grasveld gespeeld kon worden. En wie in de buurt van de zee woonde, ging bij mooi weer pootje baden in het zoute water. Of men baadde in verkoelend rivierwater. Pas toen er voor de verschillende spelen bindende spelregels werden vastgelegd en je kon wedijveren om een eerste plaats, veranderde het spel in een sport. Zo kwamen er zwembaden waar je ook les kon nemen, tennisverenigingen met leraren en wandelclubs die allerlei tochten uitzetten. Fashion DNA laat oude en nieuwe sportkleding zien, historische opnames en snelle reclames.

Voor meer informatie:

De Nieuwe Kerk Amsterdam

Communicatie, Educatie & Marketing
Pom Verhoeff & Kim van Niftrik
T 020 626 81 68

Rijksmuseum Amsterdam

Pers & Publiciteit
Elles Kamphuis
t: 020 674 71 72
f: 020 674 70 01